Methode 1: Je hebt al een passende ring
Heb je een ring die al goed past, dan is het het makkelijkste om die te gebruiken. Pak een liniaal en meet de doorsnede van de binnenkant van de ring (het randje dus niet). Het aantal millimeters is de ringmaat, dus zie je 17 mm dan is je maat 17.
Methode 2: je hebt geen passende ring
Meet dan de omtrek van je vinger met een touwtje. Leg een touwtje om je vinger, let op niet te strak het moet nog over de knokkel! Pak een liniaal en leg het touwtje erop.
| Maat | In millimeters |
|---|
| 13 | 41 mm |
| 14 | 44 mm |
| 15 | 47 mm |
| 16 | 50,3 mm |
| 17 | 53,5 mm |
| 18 | 56,5 mm |
| 19 | 60 mm |
| 20 | 63 mm |
Ook goed om te weten
- Elke van je 10 vingers zijn anders en de ringmaten van je vingers kunnen dan ook verschillen. Meet je ringmaat daarom altijd de vinger waar je de ring aan wil gaan dragen!
- Hou rekening met de dikte van de ring, hoe dikker de ring hoe strakker hij gaat zitten. Neem bij een hele dikke ring een halve maat (0,5mm) groter en bij een hele dunne ring een halve maat (0,5mm) kleiner.
- Twijfel je tussen twee maten, Onze ervaring is dat de grotere maat vaak beter zit.
- Probeer je vinger niet op te meten als je handen koud zijn of juist heel warm, want door warmte zetten je vingers uit. Na het sporten of na wandelen of als je net wakker bent is ook geen goed moment. Meet je vinger als je handen een normale temperatuur hebben.
- Ga je voor de meeste zekerheid? Meet dan op twee verschillende tijden op twee verschillende dagen.